U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Voor bijlages zie boven onder hoofdstuknaam

HETZIJ OPGEMERKT DAT ALLE VIDEO'S, EN/OF FOTO'S, TENZIJ ANDERS VERMELD, DIE VANUIT  

YouTube     OF  GELINKED ZIJN  EN HUN DERHALVE, IN ZIJN GEHEEL, VERANTWOORDELIJK ZIJN. 
OM PRIVACY REDEN ZIJN ER, ZOVEEL ALS MOGELIJK IS, GEEN NAMEN GENOEMD, EN ALLEEN INITALEN GEPLAATS. 


In de nacht van 13 op 14 maart 1994 kwam mijn vader in mijn geest bij me, was intussen al +/- 24 jaar geleden overleden, hij keek me aan ‘van kop op’ ik vertelde het ’s morgens tegen Jopie, ons Pap is vannacht bij me geweest, op 17 april om 0:30uur belde mijn moeder op het zakelijk telefoonnummer en normaal neemt Jopie deze telefoon dan op want dat toestel staat aan Jopie’s kant van het bed, nu nam Jopie hem niet op dus ging ik over Jopie heen om de hoorn op te nemen, mijn moeder zei tegen me Gerrie kom even is ben zo ziek, ik zei, ik kom eraan, intussen was Jopie wakker geworden en vroeg wat er aan de hand was, ik vertelde het en in haar bijna slaap schreef ze twee telefoonnummers op een van de GGD en een van haar huisdokter, Dr. Van Loon, ik reed naar mijn moeder en toen ik binnen kwam zei ze tegen me, ik ben toch zo ziek, ik ben nog nooit zo ziek geweest, het doet zo’n pijn achter mijn ellenbogen, ik denk dat het mijn hart is, ik vroeg wat ze al op had, ze, twee aspirientjes, maar in de koelkast in een builtje zit een zetpil pak die even, zogezegd zo gedaan, gelukkig hoefde ik hem niet in te zetten, toen belde ik van Loon, hij vroeg me of ze koorts had, ik zei, dat weet ik niet, ik zal het opmeten, ik nam de thermometer en die deed Mama onder haar oksel, bleek dat ze geen koorts had, en ons Mama bleef maar zeggen dat ze nog nooit zo ziek was geweest en ze had zo’n pijn achter haar ellenbogen en haar hart, later belde ik die van Loon weer en vertelde dat er geen koorts was, dan zal ze wel griep hebben, ik zei, ik dacht dat de mensen wel koorts hebben, maar ik sta er gewoon op dat je komt, een klein half uur later was hij er, hij liep naar de slaapkamer, zei ons Mam met angstige stam tegen hem, dokter volgens mij ga ik dood, zei die LL, we gaan allemaal dood, vervolgens zei mijn ons Mam een paar keer, tijdens het onderzoek, tegen hem dat ze nog nooit zo ziek was geweest, zei die LL, ja nou maar eens op dat je zo ziek bent, dat heb ik nu genoeg keren gehoord, ik werd langzaam kwaad om die LL, hij kwam naar me toe en knikte met zijn hoofd dat ik mee naar de huiskamer moest gaan en vroeg aan mij: wat denkt u ervan ?!, ik zei, wat ik ervan denk, dat je ze laat opnemen in het ziekenhuis, zei die LL, ze denkt dat ze het aan haar hart heeft, maar daar is geen enkele aanleiding voor, ik heb niets kunnen waar nemen dat dat staaft, ik zei tegen hem ik sta erop dat je ze laat opnemen, o.k. zei die LL, hij vroeg aan ons Mam, mevrouw in welk ziekenhuis wilt u, ons Mam vroeg aan mij, Gerrie, welk ziekenhuis, ik zei, Mam u moet daar inliggen ik niet, zei ze doet maar het Groot Ziekengasthuis, zei die LL, dat is ook het beste, hij belde de ambulance en het GZG en vroeg om de dienstdoende cardioloog, hij zei tegen die cardioloog, er komt zo dadelijk een vrouw die denkt dat zij het aan haar hart heeft, maar ik heb niet kunnen waarnemen maar har zoon staat erop dat ze opgenomen word, dus dan weet u waarom ze komt, vervolgens kwamen de ‘bemanning’ van de ambulance en de verpleegkundige vroeg aan die LL, moet haar een spuitje geven voor haar hart, neen zei die LL, er is niets aan de hand, toen bleek dat de brancard niet de flat in kon, zodat ik met ons Mam aan mijn arm naar het trappenhuis moest lopen, terwijl ze op dat moment een zware hartaanval had. Ons Mam zei Gerrie breng jij dadelijk schoon ondergoed mee en de ziekenfondskaart, ik zei, ja ma. Ons Mam is toen met de ambulance naar het GZG gebracht in ik ben er met onze auto naar toe gegaan, ik zat te wachten in de wachtruimte bij de eerste hulp. Toen kwam een medewerker van het GZG en zei, kom maar naar binnen, ons Mam lag op de eerste hulp en ze zei tegen me Gerrie het doet zo zeer, ik zei, Mama dadelijk komt de hartdokter, zeg nu vooral niet in zo’n situatie tegen iemand van 82 jaar en die nog nooit met een cardioloog in aanraking is geweest ‘de cardioloog’ toen de cardioloog bij ons Mam kwam vroeg hij, mevrouw bent u wel een ziek geweest, ons Mam, ja natuurlijk, de cardioloog, neen, ik bedoel in het ziekenhuis gelegen, ja zegt ons Mam, drie keer, een keer met ’n verzakking, met eczeem en een liesbreuk, toen vroeg hij, die arts die bij u geweest is is dat u normale huisdokter waar u altijd naar toe gaat, ja zei ons Mam, hij zei, nou, nou, toen kwam er een verpleegkundige en vroeg aan ons Mam, mevrouw dat u u benen iets opzij zodat ik dit kastje erop kan zetten, toen werd ik echt kwaad, maar nu bleek dit ‘kastje een mobiele hartbewaking te zijn, en toen de cardioloog de uitslag zag, riep hij tegen de verpleegkundige, “sturen” hij duwde het bed met een noodgang naar de hartbewaking/IC, toen dacht ik, dit gaat fout, als de cardioloog zelf zo hard tegen het bed aan duwt, nu die architect die dit ziekenhuis ontworpen heeft moeten ze ook enkele diploma’s terug nemen, want de hartbewaking/IC ligt aan de andere kant van de eerste hulp afdeling ?!?!?. ons Mama ging de IC binnen en ik ook, heel kort dus, ben ik de gang op een bank gaan zitten, later kwam de verpleegkundige, van dat kastje, en zei tegen me, u mag wel van geluk spreken dat u zo doorgedouwd heb bij haar huisarts, ze heeft een zeer zware hartaanval gehad, ik zei, O, vroeg hij heeft de cardioloog u niets verteld dan, ik zei, neen, en hij weg, hij had dit natuurlijk niet mogen vertellen, toen mocht ik de IC binnen, ik naar ons Mam, zei tegen me, Gerrie het doet toch zo’n pijn, ik zei, Mam in die slang, van het infuus, zit een pijn verdrijvend middel, opeens kijkt ze me aan en zegt met een ferme stem tegen me: Gerrie rekent er maar niet op dat ik hier nog levend uit kom, ik zei, Mama zijn we vechters of zijn we geen vechters, zegt ze nee Ger, ik voel dat alles van binnen kapot is en ze wees naar haar hartstreek, ik zei, kom op Mam, toen viel ze langzaam in ‘slaap’ intussen was het tussen half en vijf uur ’s morgens, ik wilde weg gaan, toen zei de vrouwelijke verpleegkundige die bij het centrale controlepunt stond, u bent de zoon van mevrouw van den Hurk hè, ik zei ja, toen zei ze uw moeder heeft zeer zware hartaanvallen gehad, wie moeten we waarschuwen als er iets is, ik gaf het telefoonnummer van ons Sjaan op, die is tenslotte de oudste, en van ons Jos, die is de oudste zoon, de verpleegkundige zei, vraag aan uw familie dat ze niet met zijn allen tegelijk komen, dat kan je moeder niet aan.
Ik ben toen naar huis gereden, intussen was het vijf uur ’s morgens, ik zei tegen Jopie, ons Mam ligt op de hartbewaking/IC, even de familie inlichten, Jopie zei, na ervaring met haar eigen vader en moeder, die had tezamen wel tien keer naar de IC gebracht, dat doen we straks we, ik zei, neen, mijn moeder is nog nooit, echt, ziek geweest, en dat is meestal anders, dus Jopie ging iedereen bellen, ik zei, belt die LL ook dat ons Mam toch op de hartbewaking/IC ligt, dus ons Sjaan en ons Jos gebeld, ons Ria was op vakantie, heeft Ria’ ke ons Ria op haar vakantieadres gebeld, ons Willie, had geen telefoon in de slaapkamer, dat wilde Piet niet (??!), hebben we naar de andere kant van de stad moeten rijden om ons Willie te waarschuwen. Toen ben ik naar bed gegaan, belde ons Jos mij om twee uur op dat ik gelijk moest komen ze waren ons Mam aan het reanimeren, ik ben eerst onder de douche gegaan, me geschoren aangekleed en vervolgens naar het GZG gegaan, ben ik op tijd, ben ik op tijd, ben ik te laat ben ik te laat, dat weet je toch niet van te voren, toen ik bij ons Mam kwam zag ik de twee handgrepen van de defibrillator op een kastje liggen, zegt ons Mam, Gerrie heb jij mijn gebit meegebracht, ik zei ja Mam, toen zei ze raap even die vuile onderbroek, die daar op de grond ligt even op, dat hoeven ze hier niet te weten, ja Mam, dus ze was al behoorlijk ‘van de pedalen, ik ging naar de rookkamer waar de rest van de familie al zat, ze vroegen aan mij, waar is Jopie?, ik vertelde hun dat Jopie’s vader een verdieping hoger lag, hier in het ziekenhuis en dat Jopie met haar moeder naar het UAZ, Utrechts Academisch Ziekenhuis was, ze komt zo, even later kwam Jopie erbij,  toen kwam Ria’ke met de vraag van ons Mam of ze even de juwelen wilde afdoen, Jopie ging naar ons Mam maar ze was al, denken wij in een soort coma, dus Jopie draaide weerom en kwam terug naar ons, om +/-+/- 16:00 uur ging Jos’je, Carla, Jopie en ikzelf naar ons Mam, toen we bij de IC kwamen knipperde er en rode lamp boven de deur waar alleen verpleegkundige, artsen e.d. in mogen, de toenmalige cardiologe van dienst ging naar binnen en wij ook, de cardiologe ging naar ons Mam, was er even mee bezig en liep toen hoofdschuddend er van weg, intussen waren Jopie, Jos’je en Carla ook weggegaan, ik stond er naar te kijken toen een verpleegkundige tegen mij zei, u bent de zoon van mevr. Van den Hurk, ik zei ja, toen zei ze het is niet goed, toen ging ik naar ons Mam toe, ik keek naar de hartmonitor, toen kwam een verpleegkundige naar me toe en zei, haar hart beweegt nog wel maar heeft geen functie meer, ze ademt niet meer, wij brengen haar zuurstof toe, toen zei ik, het is afgelopen dus, zei de verpleegkundige, als u het zo zegt, ja dan is het zo, gaat ermee akkoord, ik zei tegen hem, als jij het zo zegt, is het zo, toen heb ik met de verpleegkundige bij ons Mam alle draden en andere apparatuur verwijderd van ons Mam, vervolgens keek ik op de klok en zag dat het16:00 uur was, ben naar de familie gegaan en gezegd dat ons Mam was overleden, vervolgens heb ik aan Jos gevraagd of hij de werkzaamheden wilde overnemen, toen werd Mart kwaad dat ons Jos het overnam, ik had de hele nacht alles geregeld en nu dit, maar hij wist niet dat ik dat aan ons Jos gevraagd had, ik kan namelijk makkelijker vanaf de zijkant meesturen.
We hebben van die LL (Dr.(??) Van Loon) nooit meer iets vernomen, ondanks dat Jopie hem gebeld had. Tijdens de dienst in de H.Hartenkerk heeft Patricia nog een gedicht voorgelezen, ze keek ons soms aan, doe ik goed zo? Toen de begrafenisstoet van de kerk naar de begraafplaats Groenendaal reed had een vriendin van Patricia die voorbij zien komen en zei tegen Patricia er kwam bij ons een begrafenisstoet voorbij van , volgens ons, een belangrijk iemand het waren misschien wel 100 auto’s, zei Patricia, heel trots, das was mijn Oma, de hele kerk zat vol met mensen. Toen we bij ons Mam thuis de boedel gingen verdelen deed ik een voorstel, eerst ons Sjaan een artikel, vervolgens ons Willie, dan ons Jos, vervolgens ons Ria en dan ik, en dan het rijtje weer opnieuw, als er twee hetzelfde artikel willen dan beslist het lot met kruis of munt, de verdeling ging dus perfect.
terug naar mijn leven vanaf 1980
 

Voor meer info, vul onderstaand formulier in...

 

Velden gemarkeerd met * zijn vereist.